Onderzoek naar Zaanse zilversmeden, meestertekens, zilverwerken en historische zilverzaken.
In de zeventiende en achttiende eeuw waren in de Zaanstreek verschillende goud- en zilversmeden actief, vooral rond de Dam tussen Oost- en Westzaandam. Zij vielen onder het rechtsgebied van het Haarlemse goud- en zilversmidsgilde, registreerden daar hun meesterteken en moesten hun werk in Haarlem laten keuren. Omdat hun voorwerpen daardoor Haarlemse keuren dragen, bleef de Zaanse herkomst van veel zilverwerk lange tijd buiten beeld. Archiefonderzoek, onderzoek naar familierelaties en bestudering van bewaard gebleven voorwerpen hebben het bestaan van deze voorheen onbekende groep werkmeesters aan het licht gebracht.
Zilverambacht in een welvarende Zaanstreek

In de zeventiende en achttiende eeuw ontwikkelde de Zaanstreek zich tot een belangrijk Europees industriegebied. De bloei van de scheepsbouw, zeildoekproductie en hout- en papierindustrie bracht toenemende welvaart en creëerde een afzetmarkt voor zilveren sier- en gebruiksvoorwerpen. Toch was de plaatselijke markt veel kleiner dan die van steden als Amsterdam en Haarlem, waardoor meestal slechts enkele Zaanse werkmeesters gelijktijdig actief waren. Het zilversmeden was vaak een familieambacht dat van generatie op generatie werd doorgegeven. Veel werkplaatsen en winkels waren gevestigd rond de Dam, het centrale punt tussen Oost- en Westzaandam.
Caerte vanden Dam tot Saerdam, Claes Vasters Stierp, 1648.
Gekeurd in Haarlem, gemaakt aan de Zaan
Zaanse goud- en zilversmeden moesten aan dezelfde vak- en kwaliteitseisen voldoen als werkmeesters in Haarlem. Zij legden een bekwaamheidsproef af, zwoeren de gilde-eed en registreerden hun meesterteken bij het Haarlemse gilde. Nadat zij hun eigen merk op een voorwerp hadden aangebracht, werd het werk in Haarlem gekeurd en voorzien van de daar geldende keurtekens. Een Haarlems stadskeur bewijst daarom waar het zilver is gekeurd, maar niet noodzakelijk waar het is vervaardigd. Voor een juiste toeschrijving moeten ook het meesterteken, archiefgegevens, vindplaats, stijl en toegepaste technieken worden onderzocht.
Zilversmeden als familieambacht
Familierelaties speelden een belangrijke rol in de Zaanse zilversmeedkunst. Werkmeester Willem Jacobsz leidde zijn zoon Jacobus Willemsz Swart en zijn dochter Saertje Willems op in het vak, terwijl Phelippus Diniaer als inwonend werkmeester binnen het bedrijf werkzaam was. Winkels, werkplaatsen, gereedschappen en handelsvoorraden gingen door vererving over op volgende generaties. Ook binnen de families Wassenberg, Van der Hoeck, Spiers en Gelepij werd het ambacht voortgezet. Dankzij deze familieverbanden konden vakkennis, klantenkringen en bedrijfsbezit gedurende lange tijd binnen dezelfde kring behouden blijven.
Het beroepsverbod van 1728
In 1728 vaardigden de Staten van Holland en West-Friesland een plakkaat uit dat werkmeesters en kashouders buiten de steden verbood hun beroep nog langer uit te oefenen. Vijf getroffen Zaanse zilversmeden tekenden bezwaar aan. Zij benadrukten dat zij bij het Haarlemse gilde hun bekwaamheidsproef hadden afgelegd, door de burgemeester van Haarlem waren beëdigd en hun werk verplicht in Haarlem lieten keuren. Ook de burgemeesters van Oost- en Westzaandam ondersteunden hun bezwaarschrift, maar het werd zonder nadere motivering afgewezen. De Zaanstreek bleef onder het rechtsgebied van het Haarlemse gilde vallen, terwijl de plaatselijke zilversmeden hun beroep daar niet meer mochten uitoefenen. Waarschijnlijk diende het verbod vooral om de teruglopende markt voor te behouden aan de Haarlemse werkmeesters.
Voortzetting na het beroepsverbod
Het plakkaat van 1728 had grote gevolgen, maar maakte niet onmiddellijk een einde aan alle Zaanse handel in goud en zilver. Willem Spiers de jonge stapte over op tin en Lubertus Spijers vertrok naar Hoorn, waar hij zich bij het gilde liet registreren. Tijmen Sijmonsz Gelepij werd in Zaandam als kashouder gedoogd en zijn zoon zette de winkel later voort. Tegen het einde van de achttiende eeuw verschenen opnieuw Zaanse werkmeesters en kashouders, onder wie Cornelis van Out en Jan Kamp. Zij registreerden hun meesterteken uiteindelijk in Hoorn, omdat het Haarlemse gilde na de Bataafse Revolutie niet langer functioneerde. Daarmee begon een nieuwe periode in de geschiedenis van het Zaanse zilverambacht.
Drieëntwintig Zaanse werkmeesters aan het licht gebracht
Het onderzoek heeft 23 Zaanse goud- en zilversmeden uit de gildeperiode aan het licht gebracht. Een centrale plaats binnen deze groep wordt ingenomen door de familie van Willem Jacobsz. Zijn zoon Jacobus Willemsz Swart en zijn dochter Saertje Willems werden eveneens werkmeester. De volgende generatie werd vertegenwoordigd door de zoons van Jacobus: Wijllem Jacobes Swart, die de zaak in Oostzaandam voortzette, en Adrijan Jacobes Swart, die een nieuwe winkel en werkplaats in Krommenie opende. Tot de overige teruggevonden werkmeesters behoren onder anderen Cornelis Wassenberg, Phelippus Diniaer, Casper Heijndricksz, Robbrecht en Bartholomeus van der Hoeck, Willem Willemsz Spiers en leden van de familie Gelepij. Voor veel van deze werkmeesters konden hun werkperioden, familierelaties, winkels, werkplaatsen en bezittingen worden gereconstrueerd. Door deze gegevens te vergelijken met meestertekens en bewaard gebleven zilverwerken kon een deel van hun productie aan de Zaanstreek worden toegeschreven.
Bewaard gebleven Zaanse zilverwerken
De bewaard gebleven voorwerpen tonen aan dat de Zaanse werkmeesters een aanzienlijke en gevarieerde productie hadden. Zij vervaardigden onder meer kerkzilver, bekers, schalen, lepels, brandewijnkommen en andere sier- en gebruiksvoorwerpen. Sommige werken zijn eenvoudig en functioneel uitgevoerd, terwijl andere getuigen van groot technisch en artistiek vakmanschap. Doordat deze voorwerpen in Haarlem werden gekeurd, zijn ze lange tijd als Haarlems zilver beschouwd. De combinatie van meestertekens, archiefgegevens, herkomst en karakteristieke stijlelementen maakt het mogelijk om steeds meer voorwerpen aan individuele Zaanse werkmeesters toe te schrijven.
Vervolgonderzoek na 1800
De Zaanse zilvergeschiedenis eindigde niet met de gildeperiode. In de negentiende en twintigste eeuw verschenen nieuwe zilversmeden, juweliers, kashouders en gespecialiseerde zilverzaken. Voor de periode vanaf 1800 zijn inmiddels circa 120 Zaanse zilversmeden, kashouders, juweliers en zilverzaken gedocumenteerd. Dit vervolgonderzoek wordt afzonderlijk uitgewerkt en zal worden gepubliceerd in Zaanse Zilverzaken sinds 1600. Daarmee krijgt de ontwikkeling van het Zaanse zilverambacht en de handel in goud en zilver na 1800 een eigen publicatie.
Het onderzoek in publicaties
De resultaten over de Zaanse werkmeesters uit de gildeperiode zijn in 2025 gepubliceerd in Het Haarlemse Zilversmidsgilde en de Zaanstreek (1500–1800). Het boek bevat biografieën, meestertekens en een uitgebreid overzicht van bewaard gebleven Zaanse zilverwerken. De geschiedenis van de Zaanse zilversmeden, juweliers en zilverzaken na 1800 wordt afzonderlijk uitgewerkt in Zaanse Zilverzaken sinds 1600.
💠Lees meer over de publicaties
💠Verkoopadressen en online bestellen
Verder op deze website
💠Terug naar de hoofdpagina
💠Haarlemse zilversmeden (1500-1800)
💠Zilvermerken en keuren
💠Zilveren voorwerpen → In bewerking
💠Onderzoek en ontdekkingen → In bewerking
💠Publicaties
